Wanneer water drinken en hoeveel?

Je lichaam heeft water nodig om te overleven en om goed te kunnen functioneren. Gemiddeld bestaat ons lichaamsgewicht voor zo’n 2/3e uit water (bij babies nog iets meer, bij ouderen minder).

Water speelt een essentiële rol in heel wat vitale lichaamsfuncties: het houdt je lichaamstemperatuur op peil, gaat dehydratie tegen en helpt bij heel wat chemische reacties zoals het omvormen van eiwitten, vetten en koolhydraten tot bruikbare bestanddelen.

Een daling van 2% in het vochtgehalte van je lichaam heeft al meteen een negatief effect op je fysieke en mentale toestand. Onderzoek toont ook aan dat onvoldoende drinken mogelijk gelinkt kan worden aan een verhoogd risico op nierproblemen en de kans op obesitas en zelfs op bepaalde kankers kan verhogen.

Wanneer water drinken en hoeveel?

Hoeveel Water Drinken?

Om gezond te blijven, is het belangrijk om het water dat we verliezen via transpiratie, urine en adem te vervangen. Hoewel we wat water via onze voeding binnenkrijgen, komt het merendeel van de vloeistoffen die we drinken.

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid raadt gemiddeld de volgende hoeveelheid aan per dag:
vrouwen
: 1,6 liter aan vloeistoffen
mannen: 2,0 liter aan vloeistoffen

Dat komt overeen met zo’n 8 glazen van 200ml voor vrouwen en 10 glazen van 200ml voor mannen.
Je inname hangt echter ook af van een aantal andere factoren zoals je gewicht, de temperatuur (en hoeveelheid zweet) en hoe actief je bent. Als je bijvoorbeeld hebt gesport in warm weer, moet je meer drinken.

Wat kiezen om te drinken?

Je kiest het best voor water, maar om wat af te wisselen kan je ook af en toe kiezen voor andere drankjes zoals thee, koffie, melk of vers fruitsap.
Vermijd fruitsappen uit concentraat, frisdranken of andere drankjes die rijk zijn aan toegevoegde suikers. Deze zijn calorie-rijk, slecht voor je tanden en doen je bloedsuikerspiegel schommelen.
Als je de smaak van water wat beu bent, kan je ervoor kiezen om wat citroen, limoen, sinaasappel, komkommer of cranberrysap toe te voegen aan een glas water.

Kenmerken van dehydratie

Wanneer je lichaam een tekort aan water heeft, ben je gedehydrateerd.
Eén van de eerste tekenen van dehydratie is dorst hebben. Verdere kenmerken van dehydratie zijn:

  • donkere en weinig urine produceren
  • hoofdpijn hebben
  • weinig energie hebben
  • lichthoofdig voelen

Het is belangrijk dat je bij dehydratie onmiddellijk water inneemt. Om dehydratie te voorkomen, zorg je er best voor dat je op regelmatige tijdstippen water inneemt.

Wanneer Water Drinken?

Om te zorgen dat je lichaam water optimaal opneemt en gebruikt, hou je je het best aan deze vier vuistregels:

1. Drink water ‘s ochtends vlak na het opstaan. Dit helpt om je organen op gang te brengen en gifstoffen af te voeren. Lees hier waarom een glas citroenwater ‘s ochtends zelfs nog beter is.

2. Drink water vóór een maaltijd. Een glas water 30 minuten voor een maaltijd helpt met de vertering en stilt de appetijt. Onderzoek toont aan dat je minder calorieën tot je neemt als je een half uur voor de maaltijd een glas water drinkt. Door water vlak voor of na een maaltijd te drinken ga je echter de verteringssappen verdunnen, waardoor de vertering moeilijker gaat. Wacht dus minstens 30 minuten voordat je iets eet.

3. Drink water vóór je een bad of douche neemt. Door een glas water te drinken voor dat je een warme douche of bad neemt, help je je bloeddruk te verlagen.

4. Drink water vóór je gaat slapen. Om het water dat je lichaam ‘s nachts verbruikt aan te vullen, drink je best vlak voor dat je gaat slapen nog een glaasje water.

Ideale tijdstippen

Uiteraard hangt dit af van je persoonlijke schema, maar dit lijstje kan je al wat op weg brengen om te zorgen dat je aan die 8 tot 10 glazen water per dag komt.

07.00:  Glas 1
Eerste glas (citroen)water vlak na het opstaan – wacht een halfuurtje om iets te eten.
09:00: Glas 2
Het is ongeveer een uurtje geleden dat je ontbeten hebt – drink een tweede glas water om aan je dag te beginnen.
11.30: Glas 3
Drink een glas water een halfuurtje voor dat je aan je lunchpauze begint.
13.30: Glas 4
Je lunch was ongeveer een uurtje geleden – geniet van je vierde glas water.
15.00: Glas 5
Tijdens je koffiepauze kan je bijvoorbeeld eens kiezen voor een kopje thee.
17:00: Glas 6
Dit glas water zorgt ervoor dat je je niet overeet tijdens de avondmaaltijd.
20:00: Glas 7
Je voorlaatste glas drink je best een uurtje na het avondeten.
22:00: Glas 8
Vlak voor dat je naar bed gaat, drink je best nog wat water.

Eet je veel waterrijk voedsel zoals fruit, groenten, soep, …. dan kan je wel een glaasje minder drinken.

Twijfel je of jij of bijvoorbeeld je kind wel voldoende drinkt? Dan is de kleur van de urine een goede test: die hoort licht geel te zijn. Hier vind je een leuke infographic over wat de kleur van je urine over je gezondheid zegt.

Reageer

Reacties